Sangiovese, nummer 1 druif in Italië
Sangiovese is bijna zeker van Toscaanse origine en is de meest geplante druif in Italië - met ongeveer 100.000 hectare produceert ze 10% van alle wijn in het land - wat haar overheersend maakt in zowel Toscana en Romagna, een grote aanwezigheid geeft in Marche en Umbria en een iets kleinere, maar toch significante aanwezigheid in Lazio, Campanië, Apuglië, Sardinië en Sicilië. Sangiovese wordt inderdaad geplant in 16 van de 20 verschillende Italiaanse regio’s, en in verschillende wijnregio's wereldwijd, met steeds betere resultaten in onder andere Californië en Australië. De Sangiovese is, naast de Barbera, de soort die in Italië het meest als nationale druivensoort kan aangeduid worden.
Er wordt verondersteld dat de naam zou afgeleid zijn van het Toscaanse dialect sangiovannina, wat duidt op een vroeg kiemende druif. Anderen beweren meer poëtisch - maar niet noodzakelijk minder juist - dat de naam is afgeleid van het Latijnse sanguis Iovis, wat bloed van Jupiter betekent. Dit zou er op wijzen dat de wijn traditioneel als een substantieel brouwsel werd beschouwd.
De grootste verschillen bestaan er tussen Sangiovese Grosso en Sangiovese Piccolo, waarbij de adjectieven vooral verwijzen naar de grootte van de druif. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, wordt de Grosso, die voornamelijk gecultiveerd wordt in Toscana en Romagna, meestal beschouwd als de voornaamste en de meest verspreide. De realiteit is echter dat het bijzonder moeilijk blijkt in één en dezelfde zone de twee te onderscheiden, wat erop wijst dat er uiteindelijk toch niet zoveel verschillen zijn.
In de wijngaarden van vandaag bestaan er heel wat subvariëteiten en klonen met zeer verschillende gedragspatronen op gebied van productievolume, hoewel bodem, blootstelling, hoogte, beschikbaarheid van water en groeimethode ook een belangrijke rol spelen. In elk geval is de Sangiovese een 'labiele' druivensoort, die zich makkelijk aanpast en in staat is tot zeer snelle wijzigingen afhankelijk van haar directe omgeving, zelfs morfologisch in de vorm van het blad, de tros en de grootte van de druif. Terwijl een Merlot of Cabernet Sauvignon zich op ongeveer dezelfde manier zal gedragen in elke gemeente of wijngaard, met slechts lichte verschillen in suikergehalte of zuurtegraad, zal de Sangiovese reeds dramatische verschillen vertonen tussen twee ranken geplant op een verschillende plek in dezelfde wijngaard. Om dit een beetje in perspectief te stellen: terwijl er in heel Italië slechts een handvol klonen van Cabernet Sauvignon bestaan, zijn er in de gemeente Montalcino alleen reeds meer dan 30 soorten Sangiovese.
Indien goed verzorgd, zal de Sangiovese jaarlijks niet meer dan 8 tot 10 ton vruchten per hectare produceren, bij kwaliteitsbewuste producenten zelfs minder. Ze heeft een redelijk lange groeitijd nodig, wordt geoogst van midden september tot ver in oktober en produceert druiven van een gemiddelde kleur met een stevige doch gebalanceerde aciditeit en rijpe tannines, en aroma's van de morellokers of Amerikaanse zure kers en gedroogde theebladeren. Overgeproduceerd onder slechtere condities, zal een mindere Sangiovese zuur in de slechte zin van het woord zijn en zwak wat betreft aroma's en kleur. Dan heeft de druif dringend correcties nodig zoals sommige industriëlen op een legale manier doen, maar soms ook op een illegale manier met wijnen en most uit Abruzzo.
Een ander belangrijke eigenschap van Sangiovese is haar vermogen om zeer goed samen te smelten met andere druivensoorten, zowel als ze in kleinere of grotere hoeveelheden gebruikt wordt. Supertuscans zijn daar prima voorbeelden van.
De bekendste wijnen op van deze druif zijn Chianti classico, Brunello di Montalcino, Vino Nobile di Montepulciano en Morellino di Scansano. U kunt ze verkrijgen bij Licata Vini. (www.licata.be)